|
Wim Crouwel
Het culturele erfgoed belicht
Wat ongemakkelijk dat mijn werk aanleiding vormt voor een avond over cultureel
erfgoed. De plotselinge belangsteling voor mijn typografische experimenten
uit de jaren zestig heeft ondermeer geresulteerd in de uitgave van gedigitaliseerde
fonts in Engeland en de tentoonstelling bij VIVID.
Ondanks dit ongemakkelijke gevoel waarbij je denkt 'moet dat nu allemaal',
is het toe te juichen dat de historie van ons vak de laatste tijd steeds
meer aandacht krijgt.
Het initiatief tot het NAGO
(Nederlandse Archief Grafisch Ontwerpers) door Ben Bos, is hartverwarmend.
En de stichting van het Museum voor grafisch ontwerpen in de Beyerd
in Breda doet de hoop toenemen dat de belangstelling ook nog in structurele,
goede banen kan worden geleid.
Mijn eigen werk is altijd ontstaan op basis van de kennis van de geschiedenis
van ons vak. In mijn vormende jaren, zo voor mijn 30ste, was ik gefascineerd
door het werk van onze grote voorgangers. Bij mij was dat dicht bij huis,
in Groningen, in de eerste plaats het werk van Werkman. Ik had het geluk
dat ik één van de beste vrienden van Werkman kende waar
ik in aanraking kwam met diens werk. Iemand die mij ook enthousiast kon
maken.
Later kwamen Piet Zwart en Paul Schuitema in mijn gezichtsveld. Eerst
via de postzegelverzameling van mijn vader.
En na de academie, begin jaren 50, gedurende mijn eerste baantje bij een
tentoonstellingsbedrijf, ontmoette ik Zwitserse ontwerpers, die vrienden
voor het leven werden. Weer later, in de jaren dat ik met Kho Liang Ie
samenwerkte, begon alles zo'n beetje op z'n plaats te vallen. Dan komt
het eigenwijze moment dat je denkt dat je het wel weet. Waarvan je dan
al gauw weer terugkomt.
Ik meen dat kennis van de geschiedenis onontbeerlijk is voor de ontwikkeling
van inzicht. Je kunt niet zonder. Het is een belangrijke taak in het onderwijs
om studenten geïntereseerd te krijgen door het met veel overtuigingskracht
en plezier te doceren.
Studenten zijn in hun academietijd absoluut niet ontvankelijk voor geschiedenis.
Ze zijn vanzelfsprekend in de eerste plaats gefocust op hun werk, ze willen
scoren. Daarom verwacht ik alleen maar heil van begenadigde docenten,
van de echte verhalentellers.
In het academieverleden
was Joop Hardy zo iemand, de latere directeur van de AKI in Enschede.
Dat vraagt ook om
een bijzondere aanpak op educatief gebied van het instituut in Breda.
Ons erfgoed op alle gebieden van de cultuur moet daarom gekoesterd worden.
Niet omwille van het verzamelen, maar om het door te kunnen geven aan
volgende generaties. Dat geldt voor alle disciplines. In ons vakgebied
kan het werk van NAGO daarom niet genoeg worden gewaardeerd, evenals in
het vakgebied van architectuur het NAI (Nederlands Architectuur Instituut)
Het moeilijkste waar deze instellingen mee worstelen zijn de selectiecriteria.
Hoe bepaal je wat de moeite waard is om te bewaren. Deze criteria zullen
wel voortdurend grond voor discussie blijven, dat is onontkoombaar. Ze
zullen ook steeds worden bijgesteld, het is een dynamisch proces in de
tijd.
|
|